December 20, 2024

Veghel

Mijn auto is te oud voor geavanceerde technologie. Dat betekent dat het zeker weten toeval was dat het liedje ‘Brabant’ uit de autospeakers klonk bij het startten van de auto in Veghel. Het voelde als gepersonaliseerde radio, want het was spot on. Alles uit het liedje had ik zojuist beleefd. Alleen niet als de Brabander die ‘s avonds naar Brabant verlangd, maar als de Noorderling die om 11 uur ‘s ochtends zin heeft in koffie. In Brabant is dan alles nog dicht. 

We waren in Veghel, omdat de bakker in Veghel krollen verkoopt. De krol is een zacht wit broodje met anijszaad. Je eet het broodje met boter en belegd met speculaasjes. Vooral rond Sinterklaas. De eerste krollen zouden rond 1865 gebakken zijn. In Veghel misschien zelfs wel. Wat betekent dat je voor dit streekproduct in Veghel moet zijn. En als je de krollen en speculaasjes bij de bakker hebt afgehaald dan wil je ook wel even ergens koffie drinken. 

Het marktplein van Veghel ziet eruit als een plaatje. Indrukwekkend zelfs. Dat komt door de twee kopstukken. Aan de ene kant van het plein staat de Lambertuskerk (1862), gebouwd door de katholieke architect Pierre Cuypers. Ook in Brabant mochten de katholieken pas vanaf 1850 weer openlijk hun geloof belijden. En dat doet deze kerk wel. De toren domineert het marktplein. Onwillekeurig vroeg ik me bij het zien van die toren af of de krol ooit speciaal gebakken was voor het Sinterklaasfeest. Na 1850 mocht ook dat feest eindelijk weer groots gevierd mocht worden. En hoe doe je dat beter dan met een feestelijk anijsbroodje belegd met speculaasjes?

Aan de andere kant van het marktplein staat het voormalige raadhuis (1876), gebouwd door J.M. Nabbe, toentertijd gemeentearchitect van Den Bosch. Het is een statig gebouw. 

In de negentiende eeuw ontstond een enorme behoefte aan nieuwe gemeentehuizen. Dit kwam door allerlei ontwikkelingen, zoals de invoering burgerlijke stand (er moest een trouwzaal komen), veranderende functie van de gemeente (representatief in plaats van juridisch) en veranderende wetgeving (er moesten administratieve ruimten komen voor de uitvoerende diensten). Desondanks hadden de meeste gemeenten pas in de jaren 1920 voldoende financiële middelen om hieraan gehoor te geven. Aldus Wikipeda. Dit zegt wel wat over Veghel. In Veghel was in de negentiende eeuw de industrie tot bloei gekomen en tot een vooraanstaande plaats uitgegroeid. Daar was het nieuwe representatieve raadhuis al in 1876 gereed.

Aan het marktplein zelf zitten horecazaken genoeg. ‘s Avonds is het er vast heel gezellig, maar ‘s ochtends om 11 uur zijn de meeste zaakjes nog dicht. Dan loop je daar door een te stille stad, waar het feest is geweest en de mensen nog slapen. 

Gelukkig was er wel iets open. Binnen in het café was het leeg, op een groepje van 4 dames na. Ze praatten over het internet. Hoe iedereen maar online koopt en de winkels in het centrum daarvan te lijden hebben. Op de tafel staan Irish koffie en wijntjes. Het café is meer kroeg dan koffietentje. In het gangetje naar de wc hangen meters kapstokhaakjes. Voor de avonden, als de tafels naar de zijkant zijn geschoven en er gedanst kan worden onder de discobal. Onwillekeurig vraag ik me af waarom het café al open is. Waarschijnlijk omdat de rest van de cafés nog dicht is. 

Dit is Brabant, bedenk ik me op dat moment. En ik moet aan dat liedje van Guus Meeuwis denken. Hier brandt ‘s avonds laat nog licht en zeiken mensen op alles en niets. Een half uur later klinkt het liedje uit de autospeakers. 

ik mis hier de warmte van een dorpscafe

de aanspraak van mensen met een zachte ‘g’

ik mis zelfs ‘t zeiken op alles om niets

was men maar op brabant zo trots als een fries

in ‘t zuiden vol zon, woon ik samen met jou

‘t is daarom dat ik zo van brabanders hou

Ik loop hier alleen in een te stille stad

ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad

maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht

en dan denk ik aan brabant, want daar brandt nog licht